Auteursarchief: christian

Politici als robot: het was een kwestie van tijd

De nieuwe fractievoorzitter van D66 Rob Jetten beleefde een slechte eerste week. Van alle kanten werd hij aangevallen om zijn ingestudeerde optredens in de pers. Het probleem is echter niet dat Jetten zichzelf herhaalt voor dezelfde camera. Het probleem is dat we een cultuur hebben gecreëerd waarin een politicus geen mens mag zijn.

Een politicus die twijfelt over de moeilijke keuzes die hij moet maken. Die even wil nadenken over een vraag van een collega-parlementariër. Die van mening verandert door een nieuw inzicht. Allemaal worden ze genadeloos afgestraft in ons medialandschap.

Politici die zich als robot gaan gedragen…het was een kwestie van tijd.  Toen IBM eerder dit jaar een computer presenteerde die kan debatteren, reageerden de mediatrainers daar al heel positief op. Het past perfect in ons ideaal dat politiek enkel draait ‘om het oplossen van problemen.’ Geef de computer een leuk koppie, een correct kapsel en een hip montuur, en klaar is de volgende generatie politici.

Televisie- en internet media vragen zelf constant om quotes, soundbites en debatten die vooral niet te lang mogen duren. Kort, omdat de kijker zich niet lang kan concentreren. Toch stapt deze tv-kijker massaal over op Netflix, waar ze plotseling wel de tijd nemen om zich te verdiepen in de gelaagdheid van een serie.

Waarom zijn we dan verrast dat politieke partijen veranderen in merken? Jetten gaf de media wat de media verlangt en paste dezelfde reclametechnieken toe als bedrijven, zoals het constant herhalen van dezelfde boodschap. Het probleem was, zoals Frits Wester zei in het AD, dat Jetten dit niet lenig genoeg deed.

Daar wil ik aan toevoegen dat het doel van reclame niet is om bewuste keuzes te beïnvloeden – daar is het niet krachtig genoeg voor – maar juist die keren dat je twijfelt tussen een A-merk en een huismerk.

Mijn advies aan Rob zou zijn: Laat de politieke regie los. Daar ben je te goed voor.

 

Sigrid Kaag bleef stil over netelige kwesties in Abel Herzberg-lezing

Sigrid Kaag bewonder ik al heel lang. Er wordt wel gezegd dat zij de beste Minister van Buitenlandse Zaken is die we helaas nooit zullen hebben. Als D66’er koester ik de hoop dat zij op een dag de minister-president wordt die wij wel zullen hebben. Ik keek dan ook uit naar haar Abel Herzberg-lezing. Zou zij bruggen gaan slaan? Zou zij de bubbels doorprikken en links en rechts prikkelen om uit de loopgraven te komen?

In het begin raakte ik hoopvol gestemd. Ze begon over de stilte van wel weten wat er speelt, horen wat er geroepen wordt, maar het er niet over hebben en er ook niet echt iets aan doen.  Maar daarna verzandde haar pleidooi in beleidstaal over gelijkheid, universele mensenrechten en internationale samenwerking. Terecht stelde ze dat we niet stil moeten zijn als het gaat om racisme, xenofobie en nepnieuws. En natuurlijk moet daar ‘een krachtig weerwoord en waardig alternatief’ op moet worden geboden. Maar wat is dat antwoord dan? Dat blijft zeer vaag!

En voor iemand die stelt dat je niet moet zwijgen als mensen in de verdrukking raken, is zij opvallend stil over de negatieve effecten van de globalisering, de toenemende inkomensongelijkheid en de spanningen die de multiculturele samenleving met zich mee kan brengen. Maar luistert zij naar de mensen die tot nu het gevoel hebben dat zij alleen door Wilders of Baudet gehoord worden?

Inderdaad. Dit zijn thema’s die niet passen in een progressief, optimistisch en kosmopoliet wereldbeeld, maar die wel leven onder een ander deel van de Nederlandse bevolking. Deze groep heeft een begrijpelijke angst gekregen voor verandering, omdat die voor hen niet goed heeft uitgepakt.

En ja, het klopt dat deze angst door een aantal politieke partijen wordt vertaald in racisme, xenofobie, een afwijzing van elke vorm van internationale samenwerking en dat ondersteunt met nepfeiten. Maar dat betekent nog niet dat de mensen die op die partijen stemmen racistisch, xenofoob of onnozel zijn. Van een topdiplomaat als Kaag mag verwacht worden dat ze voorbij de standpunten kijkt en zoekt naar de belangen die erachter schuil gaan.

Een gemiste kans dus. Kaag geeft een weerwoord in onmiskenbare D66-taal, maar blijft stil over het redelijk alternatief waar ik reikhalzend naar uit kijk.

‘Ik heb eigenlijk niets voorbereid’

Nee, Nasrdin Dchar had vast geen ghostwriter ingehuurd om zijn dankwoord uit te schrijven. Gelukkig niet. Hij had naar eigen zeggen zelfs niets voorbereid. Nog beter!

Nasrdin Dchar wint Gouden Kalf

Een eigentijds sprookje.

De acteur wilde nu eens geen toneelstukje opvoeren en liet zich helemaal gaan. En al hoop ik dat zijn loopbaan nog heel lang duurt, hij zal nooit meer zoveel mensen zo in het hart raken als in de luttele minuten dat hij op het podium stond met zijn Gouden Kalf in zijn hand.

Het is misschien een beetje een ongepaste vraag in dit verband maar … waarom was zijn dankwoord eigenlijk zo ontroerend?  Omdat het zo persoonlijk was? Zo authentiek? Zo bevlogen? Ja, allemaal waar, maar zijn speech was meer dan dat. Het was een verhaal. Een eigentijds sprookje. En nog waar gebeurd ook!

‘Iets Nederlands’

Als veel mensen samen aan een nota of artikel werken, is er altijd wel iemand bij die zich herinnert dat vorm en toon niet totáál onbelangrijk zijn. ‘C’est le ton qui fait le musique,’ zegt hij dan. Niet zelden is de deadline op dat moment al angstig dichtbij.

Het veelvuldig gebruik van deze Franse uitdrukking wijst niet per se op een hang naar snobisme. In ons rijke taalgebied bestaat simpelweg geen vergelijkbare uitdrukking! Maar waarom hebben we die niet?

Deze vraag legde ik voor aan een Française die Nederlandse taal en letterkunde doceert aan de Universiteit van Lille.

‘Is u wel eens opgevallen dat voor deze Franse zegswijze geen Nederlands equivalent voorhanden is?’ vroeg ik haar.

‘Ja, antwoordde ze, ‘maar weet u wat mij vooral is opgevallen? Dat u in Nederland die uitdrukking zo vaak gebruikt. In Frankrijk hoor ik die helemaal nooit!’

Ik keek haar verbaasd aan.

‘Het is iets Nederlands,’ voegde zij er aan toe.

Iets Nederlands….?

Na wat gepieker begreep ik het. Dit is inderdaad iets Nederlands. Dit is typerend voor de status van de retorica in ons land! In Frankrijk begrijpt iedereen dat vorm en toon geen overbodige versierselen zijn. De tekstschrijvers van president Sarkozy spreken elkaar daar dan ook nooit op aan.

Als zij samen aan een speech werken, zal niemand halverwege iets zeggen in de trant van: ‘Jongens, laat we ook nog even aan de vorm en de toon denken.’

Maar in Nederland moeten we elkaar er steeds op attenderen dat vorm en toon er toe doen.

Dat wil niet zeggen dat we daar tot in de eeuwigheid mee door moeten gaan. Er komt een dag waarop iedereen dat onderhand wel weet. En die dag is niet eens meer zo ver weg. Want ook in Nederland, het land van ‘doe maar gewoon’, het land van ‘zeg nu maar gewoon wat je te zeggen hebt’, wordt de speech als medium herontdekt. De oorzaak ligt in het nu heersende klimaat van onzekerheid en crisis. Bedrijven en organisaties voelen op hun klompen aan dat zij duidelijker moeten laten zien en horen waar zij voor staan. Zij begrijpen ook dat zij niet met suffe power point presentaties door het land moeten trekken. Dat nu tijd is aangebroken voor de betere verhalen!

Politicus of acteur, soldaat of atleet?

Verschenen in NRC Handelsblad, Zaterdag 21 april 2012

Complimenten voor Tom-Jan Meeus die het samenspel in beeld brengt van Kamerleden, journalisten en mediatrainers.(NRC van zaterdag jl). Zijn conclusie: ‘Theater, fabuleren, feiten manipuleren – het is niet begonnen bij Fortuyn, maar door hem geperfectioneerd, en intussen heeft menig politicus er het zijne van geleerd.’ Voor dagbladreporter is vandaag nog slechts een nederige rol weggelegd, stelt hij vast.

Bij het theatrale gedrag van Pim Fortuyn valt echter één kanttekening te maken. Zijn kracht was toch vooral gelegen in zijn vermogen om aannemelijk te maken dat hij nu juist géén rol speelde. Zijn opponenten speelden een rol, en dan nog wel die van de traditionele politicus die altijd de kaarten voor de borst houdt, maar hij was ‘echt’ is en geen acteur.

In die zin trad Fortuyn in de voetsporen van de Griekse en Romeinse redenaars. Zo waarschuwde Quintilianus zijn tijdgenoten al dat als zij de rol van de acteur de overnemen, zij de autoriteit verliezen van ‘de serieuze mens’ die zij ook willen zijn.  Om er tot slot nog een stevige analogie tegenaan te gooien. ‘De redenaar verhoudt zich tot de acteur als de soldaat tot de atleet.’ Met andere woorden: bij de soldaat is het ernst. Een soldaat speelt niet, maar vecht.

Dat is ook precies wat de kiezer van de politicus verwacht. En aangezien het de taak van de dagbladreporter is om dat gevecht te analyseren, hoeft hij met de nederige rol die hem door sommigen wordt toegedicht, dan ook geen genoegen nemen.

Bob de Ruiter
Docent speechwriting, verbonden aan het Centrum voor Journalistiek en Communicatie van de Hogeschool Utrecht.